Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:3.
Het hof heeft in rov. 4.9 - in cassatie onbestreden - overwogen dat uit de overgelegde stukken, waaronder de correspondentie tussen partijen en het verslag van de bespreking van 18 april 2012, volgt dat [verweerder] zich met een beroep op het vertrouwensbeginsel tegen invordering door de Gemeente heeft verzet. Reeds gelet hierop heeft het hof terecht geoordeeld dat geen sprake is van een erkenning in de zin van art. 4:105 lid 2 Awb. Uit dit artikellid volgt dat erkenning van het recht op betaling de verjaring van de rechtsvordering stuit. Dat de Gemeente recht had op betaling heeft [verweerder], zoals volgt uit het voorgaande, niet erkend. Anders dan waarvan de Gemeente kennelijk uitgaat, ligt in de enkele (stilzwijgende) erkenning van het verbeurd zijn van de dwangsommen niet besloten dat van een erkenning in de zin van art. 4:105 lid 2 Awb sprake is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75, en de alinea staat in dat document op bytes 50487 tot 51434.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75 | shasum -a 256