Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:3.
Ik zie niet in waarom de geciteerde passage uit de MvT het standpunt van de Gemeente zou ondersteunen. De MvT maakt hier slechts duidelijk dat een erkenning niet expliciet behoeft te geschieden. Uit niets blijkt dat de wetgever heeft bedoeld te zeggen dat sprake is van een erkenning in de zin van art. 4:112 lid 2 Awb in een geval waarin (stilzwijgend) wordt erkend dat er dwangsommen zijn verbeurd, terwijl wel de bevoegdheid tot invordering wordt betwist. Anders dan de Gemeente kennelijk meent , duidt hierop naar mijn mening evenmin dat in de geciteerde passage het woord “schuld” wordt gebruikt. In het onderhavige geval was [verweerder] immers, ondanks het feit dat hij dwangsommen had verbeurd, in zijn visie niets aan de Gemeente verschuldigd. Bovendien - ik vermeldde het al - spreekt de wet zelf (art. 4:105 lid 2 Awb) van “erkenning van het recht op betaling” .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75, en de alinea staat in dat document op bytes 51444 tot 52534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75 | shasum -a 256