Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2015
Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:316.
De maatstaf doet denken aan art. 6:163 BW (“Geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden”). Toch is er een verschil. In een procedure bij de burgerlijke rechter is de eisende partij vrij om zelf de grondslag van haar vordering te bepalen: de ‘geschonden norm’ kan een geschonden strafbepaling zijn (handelen in strijd met de wet), maar ook een regel van ongeschreven recht (handelen in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, art. 6:162 BW) of het niet nakomen van een verplichting uit overeenkomst. Wanneer de benadeelde partij ervoor kiest, zich te voegen in een door de officier van justitie aangebrachte of nog aan te brengen strafprocedure , kan zij niet op iedere door haar gewenste grondslag een vordering instellen. De inhoud van de telastelegging wordt door de officier van justitie bepaald. De benadeelde partij lift, om zo te zeggen, mee in de wagen die door de officier van justitie in beweging is gezet, maar zit niet aan het stuur. In het strafproces is de ‘geschonden norm’ van art. 6:163 BW: de wettelijke bepaling die met straf is bedreigd. De onrechtmatige daad die aan de voeging ten grondslag kan liggen is dus het handelen in strijd met de strafrechtelijke norm waarvan de overtreding ten laste is gelegd. Naarmate de grondslag van de vordering beperkter is, komt het relativiteitsbeginsel eerder in beeld. Een voorbeeld is te vinden in het arrest van 7 december 1993, NJ 1994/244 m.nt. Th.W. van Veen. Door te overwegen dat het toen ten laste gelegde feit (mishandeling door middel van het afschieten van een gaspistool) slechts jegens J. is gepleegd en niet tevens jegens omstander C., die als benadeelde partij optrad en stelde als gevolg van het schot gehoorschade te hebben opgelopen, had het hof volgens de Hoge Raad geen onjuiste maatstaf aangelegd. C. werd in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard. Aan de vraag of de schutter met dit lawaai tegelijkertijd een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm jegens C. had geschonden, kwam de strafrechter niet toe .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/378f1ec2611a066c73d117e5a2ecc866ae0b9dc91e16c56e8110485a4c53a4d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 378f1ec2611a066c73d117e5a2ecc866ae0b9dc91e16c56e8110485a4c53a4d6, en de alinea staat in dat document op bytes 18727 tot 21042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/378f1ec2611a066c73d117e5a2ecc866ae0b9dc91e16c56e8110485a4c53a4d6 | shasum -a 256