Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2015

Onder 2.10. Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:316.

Aan een onherroepelijk vonnis van de strafrechter waarin, in de rechtsbetrekking naar burgerlijk recht tussen de benadeelde partij en de verdachte, een inhoudelijk afwijzend oordeel is gegeven over de aanspraak op schadevergoeding, komt in een eventueel daarop volgende procedure bij de burgerlijke rechter gezag van gewijsde toe . In de omgekeerde situatie, wanneer de beslissing van de burgerlijke rechter in de tijd voorafgaat aan de uitspraak van de strafrechter en dezelfde vordering (of een gedeelte daarvan) al is toegewezen, kan de strafrechter de eisende partij (in zoverre) niet-ontvankelijk verklaren bij gebrek aan belang omdat zij al een titel heeft . Aan een bepaling als in art. 421 lid 4 Sv bestaat geen behoefte indien de benadeelde de mogelijkheid heeft haar vordering tot schadevergoeding alsnog (in eerste aanleg) voor te leggen aan de burgerlijke rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/378f1ec2611a066c73d117e5a2ecc866ae0b9dc91e16c56e8110485a4c53a4d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 378f1ec2611a066c73d117e5a2ecc866ae0b9dc91e16c56e8110485a4c53a4d6, en de alinea staat in dat document op bytes 25633 tot 26648.