Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:34.

Vooropgesteld zij dat volgens vaste rechtspraak het oordeel over het al dan niet bestaan van een toestand van te hebben opgehouden te betalen ex art. 1 jo. art. 6 lid 3 Fw, feitelijk van aard is en daarom in cassatie niet kan worden getoetst. De rechter heeft een grote vrijheid ten aanzien van de – summierlijke – vraag welke feiten of omstandigheden het al dan niet aannemen van die toestand rechtvaardigen. Er zijn drie voorwaarden voor faillietverklaring, te weten: pluraliteit van schuldeisers, minimaal één opeisbare vordering en een vorderingsrecht van de aanvrager(s). Voor alle drie de voorwaarden heeft te gelden dat het ‘een noodzakelijke, maar niet voldoende’ voorwaarde is voor faillietverklaring; zodra vaststaat dat aan alle drie de voorwaarden is voldaan, moet de rechter nog – summierlijk – nagaan of dat inderdaad de toestand oplevert van te hebben opgehouden te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c00fa8a234fbe44ea385a495b4febde905d38cd22d98e5145bfe876a4756e5b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c00fa8a234fbe44ea385a495b4febde905d38cd22d98e5145bfe876a4756e5b3, en de alinea staat in dat document op bytes 10919 tot 11899.