Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:34.
In de inleiding van onderdeel 2 merkt het middel terzijde op dat [verzoekster 1] en [verzoeker 2] het faillissement bevoegdelijk hebben aangevraagd, omdat de rechtbank bij vonnis van 20 augustus 2014 heeft geoordeeld dat summierlijk is gebleken van de vorderingsrechten van [verzoekster 1] en [verzoeker 2] en dat van misbruik van de faillissementsaanvraag niet is gebleken. Vervolgens verwijst het middel naar een arrest van de Hoge Raad van 10 november 2006 . Voor zover het middel voornoemde opmerking aan zijn klachten ten grondslag legt, gaat dit niet op; in voornoemd arrest heeft de Hoge Raad overwogen dat de appelrechter zelfstandig mag beoordelen of summierlijk blijkt van het vorderingsrecht van de aanvrager. Het hof behoefde bij zijn beoordeling dan ook niet af te gaan op het oordeel van de rechtbank in eerste aanleg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c00fa8a234fbe44ea385a495b4febde905d38cd22d98e5145bfe876a4756e5b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c00fa8a234fbe44ea385a495b4febde905d38cd22d98e5145bfe876a4756e5b3, en de alinea staat in dat document op bytes 16280 tot 17188.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c00fa8a234fbe44ea385a495b4febde905d38cd22d98e5145bfe876a4756e5b3 | shasum -a 256