Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2015

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:341.

Overigens ligt de uitwerking van het in art. 7 lid 1 sub e EVN gehanteerde criterium van ‘het ontbreken van een effectieve band’ in de nationale wetgeving van de verdragsstaten ook voor de hand, omdat het lastig is aan de hand van dit open criterium in concrete gevallen vast te stellen of iemand een effectieve band heeft met de staat van zijn nationaliteit. Anders gezegd, is de rechtszekerheid gediend bij een bepaling zoals art. 15 RWN in samenhang met art. 61 BVVN. Bij de uitwerking van het criterium van ‘het ontbreken van een effectieve band’ in de nationale wetgeving, hebben de verdragsstaten een ruime vrijheid om vast te stellen in welke nader omschreven gevallen iemand geacht moet worden wel of geen effectieve band te hebben met de betrokken staat. Daarbij kan ook een termijn van verblijf in het buitenland worden gesteld, zoals in art. 15 lid 1, sub c, RWN, waarna iemand wordt geacht in beginsel geen effectieve band meer te hebben met de staat van zijn nationaliteit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9dcb485a39bd5bc74402f21a92156051969f51678ec56538d33fde7bb5f26e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9dcb485a39bd5bc74402f21a92156051969f51678ec56538d33fde7bb5f26e4, en de alinea staat in dat document op bytes 29824 tot 30831.