Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2015

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:341.

Uit het voorafgaande volgt dat de rechtbank naar mijn mening blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door in rov. 4.12 te oordelen dat art. 61 lid 1 BVVN geen limitatieve opsomming geeft van documenten die gezien kunnen worden als een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap als bedoeld in art. 15 lid 4 RWN. Aangezien de door de raadsman van [verweerster] overgelegde brief van de Minister van Justitie (verzenddatum 26 januari 2009) geen document betreft dat als zodanig wordt genoemd in art. 61 lid 1 RWN, kan het oordeel van de rechtbank dat de in art. 15 lid 1, aanhef en sub c, RWN bedoelde verliestermijn van tien jaar voor [verweerster] is gestuit per 26 januari 2009 niet in stand blijven. Het cassatieberoep slaagt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9dcb485a39bd5bc74402f21a92156051969f51678ec56538d33fde7bb5f26e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9dcb485a39bd5bc74402f21a92156051969f51678ec56538d33fde7bb5f26e4, en de alinea staat in dat document op bytes 34970 tot 35744.