Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2015
Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:356.
Subonderdeel 2.7 richt zich tegen de passage in rov. 5.4 dat, indien ervan zou moeten worden uitgegaan dat in de fictieve situatie een vervaltermijn zou hebben gegolden, [verweerder] zich bij tijdige invoering van de in geding zijnde wetswijzigingen bewust had kunnen/moeten zijn van de vervaltermijn en dus een reële mogelijkheid zou hebben gehad verval te voorkomen, door voor het einde van de vervaltermijn de vakantiedagen op te nemen, welke mogelijkheid hem nu is ontnomen, en voorts tegen de overweging dat hetzelfde geldt voor de mogelijkheid om bij schriftelijke overeenkomst (ten gunste van [verweerder]) af te wijken van de vervaltermijn van art. 7:640a BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80035270255d23f98c6d9dca06a7f72b7c327c5c31bddff3ba31d108d63c4dba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80035270255d23f98c6d9dca06a7f72b7c327c5c31bddff3ba31d108d63c4dba, en de alinea staat in dat document op bytes 180451 tot 181180.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80035270255d23f98c6d9dca06a7f72b7c327c5c31bddff3ba31d108d63c4dba | shasum -a 256