Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2015
Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:357.
Subonderdeel 2.1 betreft het door [verweerster] te leveren bewijs van de door haar gestelde schade. Het subonderdeel betoogt dat, zoals ook het hof heeft onderkend, [verweerster] aannemelijk dient te maken dat haar schade niet zou zijn ingetreden indien het onrechtmatige handelen van de Staat door het onjuist implementeren van de Richtlijn achterwege zou zijn gebleven. Nu in art. 7:640a BW een vervaltermijn is opgenomen, vormt dat volgens het subonderdeel een (belangrijke) aanwijzing (en onderbouwing van het verweer van de Staat ten aanzien van het causaal verband) dat, indien de Richtlijn (direct) juist zou zijn geïmplementeerd, daarin eveneens dezelfde of een vergelijkbare vervaltermijn zou zijn opgenomen. Volgens het subonderdeel was het vervolgens aan [verweerster] om aannemelijk te maken dat dit niet het geval zou zijn geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28e9199d6d0e242dce8461d81a2450185652a4b58c0d91433fd039a36f1dd7b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28e9199d6d0e242dce8461d81a2450185652a4b58c0d91433fd039a36f1dd7b9, en de alinea staat in dat document op bytes 146859 tot 147764.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28e9199d6d0e242dce8461d81a2450185652a4b58c0d91433fd039a36f1dd7b9 | shasum -a 256