Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015
Onder 4.3.3. Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:360.
Overmacht in de zin van art. 185 WVW is (alleen dan) aanwezig als aan de bestuurder rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt doordat de aanrijding uitsluitend is te wijten aan fouten van het slachtoffer die voor de bestuurder zo onwaarschijnlijk waren dat hij bij het bepalen van zijn verkeersgedrag daarmee geen rekening hoefde te houden. Onder noodweer wordt verstaan een gedraging die geboden is door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding (art. 6:162 lid 2 BW jo 41 lid 1 Sr). De wijze van verdediging moet voldoen aan het proportionaliteits- en het subsidiariteits-vereiste: er mag geen wanverhouding bestaan tussen de wijze van verdediging en de ernst van de aanranding, en degene die zich op noodweer beroept moet niet met een minder schadelijke wijze van verdediging hebben kunnen volstaan. Het gaat er om dat geen riskanter middel wordt gebruikt dan strikt genomen vereist, en dat daarvan niet verder gebruik wordt gemaakt dan voor de verdediging nodig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d, en de alinea staat in dat document op bytes 12843 tot 13918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d | shasum -a 256