Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015

Onder 4.3.6. Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:360.

[betrokkene 1] heeft immers in de eerste plaats, hoewel [betrokkene 2] hem dringend had gevraagd thuis te blijven, zelf de situatie waarin het ongeluk is gebeurd, opgezocht. Hij heeft verder thuis al een staaf buigijzer meegenomen en is daarmee, op het parkeerterrein aangekomen, op [verweerder] afgestapt. Daar stonden [verweerder] en [betrokkene 2] ruzie te maken, maar [betrokkene 2] verklaart dat zij [verweerder] toen niet agressief vond; zij had ook zelf met hem daar afgesproken. [betrokkene 1] is degene die de situatie in een sfeer van fysieke bedreiging heeft gebracht door direct, zichtbaar, met het stuk buigijzer aan te komen. Daarvóór was er van niet meer dan “bekvechten” sprake. [verweerder] heeft vervolgens een ijzeren staaf met dwarsstuk uit zijn auto gepakt. Ook al is [verweerder] daarmee dreigend op de auto van [betrokkene 1] af gekomen en ontstond bij [betrokkene 1] de indruk dat hij daarmee zou gaan slaan, dat rechtvaardigt niet dat [betrokkene 1] zijn auto als wapen heeft gebruikt en daarmee bewust tegen [verweerder] is aangereden. [betrokkene 1] is gaan rijden toen [verweerder] nog zover van de auto verwijderd was, dat [verweerder] toen nog niet met de ijzeren staaf tegen de auto aan kan hebben geslagen; partijen hebben de door [betrokkene 2] genoemde afstand die [verweerder] tot aan de auto van [betrokkene 1] moest afleggen, ongeveer 5 meter, niet betwist. [betrokkene 1] zat - beschermd - in zijn auto en had dus niet direct voor aantasting van zijn fysieke veiligheid te vrezen. De motor van zijn auto stond aan, zodat hij ook weg van [verweerder], met een scherpe bocht links of rechts om hem heen, had kunnen rijden, of achteruit weg had kunnen rijden. Dat [verweerder] dan achter hem aan zou zijn gekomen is geen serieuze tegenwerping, nu [betrokkene 1] in zijn auto uiteraard veel sneller zou zijn dan [verweerder], die ook nog een ijzeren voorwerp droeg. Bovendien gebeurde dit alles op een zeer ruim, geheel leeg parkeerterrein zodat [betrokkene 1] naar alle kanten genoeg manoeuvreerruimte had. Tenslotte is [betrokkene 1] niet direct gestopt toen [verweerder] op zijn motorkap was terechtgekomen, maar is hij enige tientallen meters met [verweerder] op de motorkap doorgereden en pas gestopt toen [verweerder] klem onder [betrokkene 1]’ auto lag. Op zichzelf is begrijpelijk dat [betrokkene 1] ook wilde waken voor de veiligheid van [betrokkene 2], maar dat had hij ook kunnen doen door - zoals [betrokkene 2] hem dringend had gevraagd - op veel grotere afstand, buiten het parkeerterrein met uit de verte zicht op [betrokkene 2] en [verweerder], af te wachten wat er zou gebeuren. Tot aan de komst van [betrokkene 1] was er immers geen sprake van fysieke bedreiging en [betrokkene 2] heeft verklaard dat zij [verweerder] op dat moment niet agressief vond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d, en de alinea staat in dat document op bytes 21196 tot 24036.