Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015
Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:360.
Volgens dit onderdeel zou AIG een relativiteitsverweer hebben gevoerd. AIG acht rov. 4.3.8 derhalve onbegrijpelijk, voor zover deze overweging inhoudt dat AIG geen andere verweren dan de daarna te bespreken verweren (noodweer en eigen schuld) heeft aangevoerd. Bovendien heeft het Hof in strijd met art. 24 Rv een essentieel verweer onbehandeld gelaten, dan wel miskend dat de devolutieve werking van het hoger beroep meebrengt dat onbehandelde verweren die geïntimeerde in eerste aanleg heeft gevoerd, zo nodig, alsnog moeten worden beoordeeld. Mocht het Hof wél op het verweer zijn ingegaan, dan is zijn oordeel, volgens AIG, ongemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d, en de alinea staat in dat document op bytes 30793 tot 31450.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d | shasum -a 256