Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:360.
Dat gezegd hebbend, wijs ik op het voordeel van een buiten de beschermingsomvang als bedoeld in art. 6:163 BW vallen van een bepaalde schade(gebeurtenis). Als een vordering haar Waterloo zou vinden in de afwezigheid van relativiteit, dan kan bespreking van verweren zoals eigen schuld, noodweer(exces), overmacht en wat dies meer zij achterwege blijven. Zeker in settingen als de onderhavige is dat niet aanstonds en zonder meer onaantrekkelijk omdat de rechter zich dan niet behoeft te verdiepen in allerlei nauwelijks te funderen waarderingen van feitelijke aard en weg kan blijven van het vellen van oordelen die ten minste voor een deel op studeerkamerwijsheid zijn gebaseerd. Ik bedoel dat laatste niet onaardig. Ook ik moet me daaraan in voorkomende gevallen schuldig maken. Maar het blijft goed te beseffen dat het ex post facto in alle rust nadenken over hetgeen in een bepaalde situatie had kunnen of moeten gebeuren nu eenmaal vaak iets anders is dan het moeten reageren in een situatie waarin nog onduidelijk is wat er zal gaan of zou kunnen gebeuren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d, en de alinea staat in dat document op bytes 36203 tot 37342.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d | shasum -a 256