Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015
Onder 4.23 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:360.
De civiele rechter beoordeelt verweren aangaande de strafbaarheid en de persoonlijke verwijtbaarheid in de civiele procedure zelfstandig. Zo kan de situatie ontstaan dat iemand strafrechtelijk van alle rechtsvervolging wordt ontslagen omdat een rechtvaardigingsgrond aannemelijk wordt geacht, terwijl in het civiele proces diezelfde persoon niet slaagt in het bewijs van één van de voorwaarden die daarvoor gelden en hij dus op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is. Een verplichting om het rechtsoordeel van de strafrechter uitdrukkelijk in zijn oordeel te betrekken bestaat echter niet. ’s Hofs oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is voldoende gemotiveerd, te meer nu het Hof is uitgegaan van de versie van de gebeurtenissen zoals [betrokkene 1] die heeft gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d, en de alinea staat in dat document op bytes 55420 tot 56365.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4062b23ec4ea56c14ab98bdf455fdc7a4ce914b8624070f92a32371d3a910e1d | shasum -a 256