Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015

Onder 2.2. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:365.

Onderdeel II klaagt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft bepaald op welke dag de voorlopige machtiging ingaat. Volgens de toelichting op deze klacht had de rechtbank, nu de officier van justitie een aansluitende machtiging had verzocht, de voorlopige machtiging met terugwerkende kracht moeten laten ingaan op het tijdstip waarop de geldigheidsduur van de voorafgaande machtiging (te weten de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling) eindigde, althans had de rechtbank de dag die het verzoek te laat is ingediend in mindering moeten brengen op de zes maanden waarvoor een voorlopige machtiging ten hoogste kan worden verleend. De middelonderdelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f, en de alinea staat in dat document op bytes 9970 tot 10740.