Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Onder 2.7. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:365.
Een machtiging tot voortgezet verblijf kan worden verleend in aansluiting op een voorlopige machtiging of in aansluiting op een eerder verleende machtiging tot voortgezet verblijf . Een machtiging tot voortgezet verblijf heeft een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar na haar dagtekening (art. 17 lid 3 Wet Bopz ). De officier van justitie behoort het verzoek om een machtiging tot voortgezet verblijf in te dienen in de zesde of in de vijfde week vóór de datum waarop de lopende verblijfsmachtiging zal verstrijken. Vanaf de indiening van het verzoekschrift heeft de rechtbank een beslistermijn van ten hoogste vier weken (art. 17 lid 2 Wet Bopz). Indien deze termijnen worden nageleefd, ligt er dus een beslissing over het verzoek om een machtiging tot voortgezet verblijf vóór de dag waarop de geldigheidsduur van de lopende machtiging verstrijkt. De patiëntenadministratie van een psychiatrisch ziekenhuis behoort zodanig te zijn ingericht dat in de zesde week vóór het verstrijken van de lopende machtiging de geneesheer-directeur een verklaring kan opmaken en aan de officier van justitie kan inzenden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f, en de alinea staat in dat document op bytes 14863 tot 16159.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f | shasum -a 256