Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015

Onder 2.12. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:365.

Indien de geneesheer-directeur zijn plicht op grond van art. 48, lid 1 onder b, Wet Bopz heeft verzaakt en de patiënt na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn onvrijwillig in het ziekenhuis heeft vastgehouden zonder rechterlijke machtiging, is m.i. sprake van een onwettige vrijheidsbeneming. De betrokkene kan in zo’n geval ontslag uit het ziekenhuis (invrijheidstelling) verzoeken op de voet van art. 49 Wet Bopz. Ook kan hij schadevergoeding eisen. Dit belet de rechtbank echter niet om alsnog een (niet aansluitende) voorlopige machtiging te verlenen indien − ten tijde van haar beslissing − daarvoor voldoende gronden bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f, en de alinea staat in dat document op bytes 21205 tot 21866.