Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Onder 2.14. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:365.
Indien de geneesheer-directeur zijn plicht op grond van art. 48, lid 1 onder b, Wet Bopz heeft verzaakt en de patiënt na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn onvrijwillig in het ziekenhuis heeft doen verblijven zonder een rechterlijke machtiging, is m.i. sprake van een onwettige vrijheidsbeneming. De betrokkene kan dan ontslag uit het ziekenhuis (invrijheidstelling) verzoeken op de voet van art. 49 Wet Bopz. Ook kan hij schadevergoeding eisen. In de rechtspraak is uitgemaakt dat een overschrijding van de beslistermijn door de rechtbank op zichzelf geen afbreuk doet aan de ontvankelijkheid van de OvJ in zijn inleidend verzoek om een machtiging tot voortgezet verblijf, noch aan de rechtbank de bevoegdheid ontneemt om het verzoek van de OvJ toe te wijzen als daartoe gronden zijn. Indien de rechtbank het verzoek van de OvJ toewijst, mag zij het aantal dagen waarmee zij de wettelijke beslistermijn heeft overschreden in mindering brengen op het tijdvak waarvoor een machtiging tot voortgezet verblijf volgens de wet ten hoogste kan worden verleend, maar de rechtbank is daartoe niet verplicht .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f, en de alinea staat in dat document op bytes 23105 tot 24295.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f | shasum -a 256