Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Onder 2.19. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:365.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de in de vorige alinea’s aangehaalde rechtspraak niet onomstreden is . Kort samengevat houdt de belangrijkste kritiek in dat de ‘aftrek’ van dagen van de wettelijk ten hoogste toegestane geldigheidsduur van de nieuw te verlenen machtiging slechts symbolische betekenis heeft: anders dan bij het opleggen van een vrijheidsstraf, waarbij de in preventieve hechtenis doorgebrachte tijd in mindering wordt gebracht op de straf , is een machtiging op grond van de Wet Bopz geen sanctie, maar uitsluitend op de toekomst gericht: een machtiging tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis beoogt het voorkomen van onheil. Na het verstrijken van de geldigheidsduur kan telkens opnieuw een machtiging worden verzocht en verleend, zolang daarvoor gronden bestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f, en de alinea staat in dat document op bytes 29295 tot 30232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f | shasum -a 256