Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015

Onder 2.26. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:365.

De subsidiaire klacht van onderdeel II, die erop neerkomt dat de rechtbank het tijdvak waarvoor zij de voorlopige machtiging heeft verleend (volgens het dictum: zes maanden) had moeten inkorten, omdat de officier van justitie het verzoekschrift eerst heeft ingediend nadat de looptijd van de voorafgaande machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling was verstreken, acht ik gegrond. De rechtbank mocht weliswaar een voorlopige machtiging verlenen, maar als de betrokken patiënt na het verstrijken van de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling in het psychiatrisch ziekenhuis is gehouden zonder dat de geneesheer-directeur toepassing heeft gegeven aan art. 48, lid 1 onder b, Wet Bopz, moet volgens de jurisprudentie de duur van de nieuw te verlenen machtiging worden ingekort.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f, en de alinea staat in dat document op bytes 37527 tot 38341.