Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Onder 2.27. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:365.
- In de redenering die in eerste aanleg namens betrokkene naar voren is gebracht, wordt in casus C-gevallen alleen het aantal dagen waarmee de OvJ de wettelijke termijn voor het indienen van het verzoekschrift heeft overschreden (in dit geval: één dag) in mindering gebracht op de wettelijke maximumduur van de nieuw te verlenen voorlopige machtiging. (In casus D-gevallen zou, in deze redenering doorgaand, kunnen worden gedacht aan het op de wettelijke maximumduur in mindering brengen van het aantal dagen waarmee de OvJ de termijn voor indiening van het verzoekschrift heeft overschreden plus het aantal dagen waarmee de rechtbank de wettelijke beslistermijn heeft overschreden). Uitgaande van deze redenering, zou de rechtbank in dit geval de voorlopige machtiging hebben mogen verlenen met een geldigheidsduur tot en met 8 maart 2015 (zes maanden min één dag).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f, en de alinea staat in dat document op bytes 40542 tot 41425.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6319929c3bcc6adedc3eb53e70b9c24dfbb27c479cc6ba78f4acf2a0bbe9fb3f | shasum -a 256