Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Onder 3.3.2. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:375.
10. De Hoge Raad overweegt allereerst (rov. 3.1.) dat de vraag wanneer van medeplegen (de nauwe en bewuste samenwerking) mag worden gesproken zich niet in algemene zin laat beantwoorden, maar een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval vergt, en dat daarom algemene regels dienaangaande niet kunnen worden gegeven. Deze overweging kan ongetwijfeld op begrip rekenen. Het is niet voor niets dat ook de wetgever van 1886, oog hebbend voor de soms complexe casuïstiek, zich heeft onthouden van een definiëring van deze vorm van deelneming en de invulling daarvan aan de vrijheid van rechtspraak en wetenschap heeft gelaten. Klaarblijkelijk heeft de Hoge Raad evenwel gemeend toch enige aandachtspunten met betrekking tot dit leerstuk te moeten formuleren. Hoewel de Hoge Raad de toevoeging “mede gelet op zijn eerdere rechtspraak” niet nader expliceert, duidt zij er reeds op dat hij een halt wil toeroepen aan het ruime werkingsbereik van medeplegen waarvan voordien, ook in de rechtspraak van de Hoge Raad zelf, sprake was en aldus het onderscheid met de andere deelnemingsvormen, meer in het bijzonder met medeplichtigheid, wenst aan te scherpen. De daaropvolgende overwegingen in het arrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474 lijken deze aanname te bevestigen. Het komt er dus op neer dat de Hoge Raad ook in het kader van “dit thema” de teugels aantrekt, en niet alleen aan de materiële kant daarvan. Ook stelt de Hoge Raad nadere eisen aan de motiveringsplicht voor de feitenrechter; deze zal in de bewijsvoering – dat wil zeggen in de gebezigde bewijsmiddelen en zo nodig in een bewijsmotivering – precies en adequaat (“nauwkeurig”) moeten aangeven waarom in het voorliggende geval van medeplegen (een nauwe en bewuste samenwerking) sprake is. Voornoemd arrest past aldus naadloos in andere (betrekkelijk) recente uitspraken inzake enkele andere belangrijke materieelrechtelijke onderwerpen zoals de voorbedachte raad, het witwassen en de roekeloosheid als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/654b60bab5a6df908141fe912d0ce1d6a774d89d1ac0c5ce2b983a3603df3354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 654b60bab5a6df908141fe912d0ce1d6a774d89d1ac0c5ce2b983a3603df3354, en de alinea staat in dat document op bytes 36568 tot 38623.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/654b60bab5a6df908141fe912d0ce1d6a774d89d1ac0c5ce2b983a3603df3354 | shasum -a 256