Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Onder 3.3.2. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:375.
12. Uit de onderhavige bewijsvoering blijkt het volgende. Verzoeker (verdachte 2), die aan de hand van beeldmateriaal door diverse verbalisanten is herkend, loopt samen met medeverdachte 1 de supermarkt binnen. Beiden begeven zich naar het magazijn en vervolgens in de richting van de meterkast. Twee minuten later verlaat verzoeker het magazijn en daarna de supermarkt. Voorts heeft de rechtbank in een heldere motivering gewezen op een modus operandi die op een vaste werkwijze onder de criminele jeugdgroep ten aanzien van het plegen van feiten als de onderhavige wijst. Dergelijke jeugdgroepen opereren graag in steeds wisselende samenstellingen en rolverdelingen, uiteraard ook om de politiële opsporing te bemoeilijken. De ene keer wordt een groepslid ingezet als bijvoorbeeld voorverkenner om zich van de situatie ter plaatse op de hoogte te stellen of als insluiper om voorafgaand aan de inbraak of kluiskraak binnen het pand de eerste, gereedmakende, uitvoeringshandelingen te verrichten, maar in een ander geval neemt hij de daadwerkelijke verwezenlijking van dat strafbare feit voor zijn rekening of levert hij anderszins een planmatige bijdrage aan het strafbare feit. Het gaat daarbij feitelijk en ook juridisch om een criminele organisatie, waarbij een ieder volgens vooraf gemaakte afspraken zijn werk doet. Deze vorm van criminaliteit bestaat niet uit slechts één uitvoeringshandeling, maar uit een keten van schakels ten aanzien waarvan elk bendelid zijn rol krijgt toebedeeld. Met het oog daarop is nog altijd van belang dat volgens HR 10 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV5575, NJ 2012/265 niet is vereist dat de medeplegers eenzelfde rol vervullen of dezelfde soort gedragingen verrichten bij de uitvoering van het strafbare feit, en dat blijkens HR 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1964/1966, NJ 2014/514 m.nt. Mevis die eis ook niet mag worden gesteld in het geval niet kan worden vastgesteld wie precies welke rol heeft vervuld. Wel kan de inwisselbaarheid van rollen de voldoende nauwe samenwerking aannemelijk maken, aldus al de Hoge Raad in het zogenoemde Wormerveerse brandstichting-arrest (HR 29 oktober 1934, NJ 1934, p. 1673 e.v.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/654b60bab5a6df908141fe912d0ce1d6a774d89d1ac0c5ce2b983a3603df3354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 654b60bab5a6df908141fe912d0ce1d6a774d89d1ac0c5ce2b983a3603df3354, en de alinea staat in dat document op bytes 39970 tot 42208.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/654b60bab5a6df908141fe912d0ce1d6a774d89d1ac0c5ce2b983a3603df3354 | shasum -a 256