Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:377.
21. Dat het Hof gereageerd zou hebben op een bij de politierechter gevoerd verweer en op aldaar aangevoerde omstandigheden berust op een onjuiste lezing van ’s Hofs arrest. Een reactie van het Hof op verweren gevoerd ter terechtzitting in eerste aanleg ligt gelet op onze wetssystematiek ook helemaal niet voor de hand. Wel heeft het Hof aangegeven waarom in het arrest wordt afgeweken van het vonnis wat betreft de door de politierechter toegepaste matiging als bedoeld in art. 36e, vijfde lid, Sr. Daarbij heeft het Hof de juiste maatstaf aangelegd, te weten dat voor matiging plaats is indien reeds op de terechtzitting duidelijk is dat een veroordeelde thans én in de toekomst niet in staat zal zijn het bedrag te betalen. Anders dan de politierechter heeft het Hof aangenomen dat verzoeker in de toekomst in staat moet zijn om het bedrag terug te betalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ccefd65ef0fbe5b01d2ad57b2d7cbb8ac0c151a37093f2a7cfed17752d79a14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ccefd65ef0fbe5b01d2ad57b2d7cbb8ac0c151a37093f2a7cfed17752d79a14, en de alinea staat in dat document op bytes 24047 tot 24924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ccefd65ef0fbe5b01d2ad57b2d7cbb8ac0c151a37093f2a7cfed17752d79a14 | shasum -a 256