Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2015

Onder 4.5. Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:387.

De Rechtbank heeft vastgesteld dat op de woning zowel op grond van art. 94 Sv als op grond van art. 94a Sv beslag is gelegd. Voor een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag geldt dat geoordeeld kan worden dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert als het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende strafrechter het desbetreffende voorwerp zal verbeurdverklaren. Voor een op voet van art. 94a Sv gelegd beslag geldt dat, indien sprake is van een verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, het belang van de strafvordering bij handhaving van het beslag aanwezig kan worden geoordeeld als het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat aan de verdachte de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden opgelegd. Geconcludeerd kan derhalve worden dat de Rechtbank de hier toepasselijke maatstaven heeft gehanteerd. Dat wordt door het middel ook niet betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e5026a7e3e732996ba10e33ee36f8b4237799e8a01f01f13acacbb4fb23b985. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e5026a7e3e732996ba10e33ee36f8b4237799e8a01f01f13acacbb4fb23b985, en de alinea staat in dat document op bytes 18049 tot 19137.