Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2015

Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:387.

De vraag is wat de “daarmee overeenkomende last” zou moeten zijn als de rechtbank het beklag in een geval als het onderhavige gegrond verklaart. Art. 552a Sv voorziet, anders dan art. 353 Sv, niet expliciet in de mogelijkheid om teruggave onder zekerheidsstelling te gelasten. Analoge toepassing van art. 353 Sv op de beklagprocedure lijkt daarbij niet goed te verdedigen. Het komt mij voor dat de beklagrechter die bevindt dat het voortduren van het beslag in strijd is met het subsidiariteitsbeginsel, de behandeling van het beklag voor een bepaalde termijn dient aan te houden om de OvJ in de gelegenheid te stellen met de beslagene tot een vergelijk te komen. Oordeelt de rechtbank na ommekomst van die termijn dat het aan de OvJ is te wijten dat het niet tot een bevredigende oplossing is gekomen, dan kan zij het beklag zonder meer gegrond verklaren en teruggave gelasten. De (dreigende) last tot teruggave fungeert dan dus als de bekende stok achter de deur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e5026a7e3e732996ba10e33ee36f8b4237799e8a01f01f13acacbb4fb23b985. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e5026a7e3e732996ba10e33ee36f8b4237799e8a01f01f13acacbb4fb23b985, en de alinea staat in dat document op bytes 21043 tot 22089.