Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:4.
De eerste opvatting – die van de zogenaamde ‘preciezen’ – komt er op neer dat de notaris, gezien zijn maatschappelijke positie, geen medewerking mag verlenen en derhalve dienst moet weigeren als hij weet dat de rechtshandeling waarbij zijn ministerie wordt verzocht tot gevolg kan hebben dat een der partijen wanprestatie pleegt of onrechtmatig handelt jegens een derde. Volgens hen kan de notaris zijn taak om notariële akten te maken niet op mechanische of lijdelijke wijze uitvoeren zonder zich op enigerlei wijze rekenschap te geven van de morele geoorloofdheid van hetgeen cliënten met behulp van zijn tussenkomst wensen te bereiken. De notaris ontbeert echter het instrumentarium om zelf een goede (eind-)afweging te kunnen maken. Bij dienstweigering kunnen partijen het oordeel van de (kort geding-) rechter inroepen, welke stap de notaris partijen ook nadrukkelijk in overweging kan geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e3aed98eed3d56094f47c346a3972c9ddec265cafce78ca395461f833061974. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e3aed98eed3d56094f47c346a3972c9ddec265cafce78ca395461f833061974, en de alinea staat in dat document op bytes 51932 tot 52980.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e3aed98eed3d56094f47c346a3972c9ddec265cafce78ca395461f833061974 | shasum -a 256