Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.44 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:4.
De bepaling maakt derhalve een uitzondering op het beginsel dat rechten op levering, als persoonlijke rechten, ongeacht hun tijdstip van ontstaan even sterk zijn (art. 3:277 BW). Er wordt door de Minister op gewezen dat het artikel ziet op botsende vorderingen tot levering van eenzelfde goed, daaronder begrepen het geval dat de ene schuldeiser recht heeft op levering van het goed in onbezwaarde toestand en de andere recht op vestiging van een beperkt recht, alsmede het geval dat de ene vordering ziet op levering van het gehele goed en de andere op een aandeel daarin. Volgens de toelichting ligt het voor de hand dat soms analogische toepassing mogelijk zal zijn op andersoortige vorderingsrechten ten aanzien van één goed die bij samenlopende vervolging van het recht op nakoming met elkaar zouden botsen. Genoemd wordt het geval dat een huis tweemaal verhuurd is. Bij de uitzondering op grond van redelijkheid en billijkheid kan gedacht worden aan een niet te veronachtzamen groter belang van de latere schuldeiser te goeder trouw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e3aed98eed3d56094f47c346a3972c9ddec265cafce78ca395461f833061974. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e3aed98eed3d56094f47c346a3972c9ddec265cafce78ca395461f833061974, en de alinea staat in dat document op bytes 97997 tot 99243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e3aed98eed3d56094f47c346a3972c9ddec265cafce78ca395461f833061974 | shasum -a 256