Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015

Onder 2.7. Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:401.

In de rechtspraak over de schadevergoeding in geval van overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, komt dezelfde gedachte terug: ook al heeft de betrokkene geen materiële schade geleden en ook al is er overigens geen sprake van immateriële schade (als bedoeld in art. 6:106 lid 1 BW), de omstandigheid dat het verdragsrechtelijk beschermde recht op een berechting binnen redelijke termijn is geschonden kan toch hebben geleid tot spanning of frustratie door het uitblijven van een rechterlijke beslissing en de daaruit voortvloeiende onzekerheid over het eigen lot. Naarmate de rechterlijke beslissing, waarop gewacht wordt, dieper ingrijpt in het persoonlijk leven kan de impact van het uitblijven van een rechterlijke beslissing groter zijn. De Hoge Raad heeft hieromtrent overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2e4b6f988b0eb8f2ba5e7249d23a5b520119121bafe36e49410a4334214ce04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2e4b6f988b0eb8f2ba5e7249d23a5b520119121bafe36e49410a4334214ce04, en de alinea staat in dat document op bytes 23415 tot 24282.