Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015

Onder 2.10. Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:401.

In het algemeen rust op degene die schadevergoeding vordert een stelplicht ten aanzien van het bestaan van (materiële of immateriële) schade. De omstandigheid dat ‘een’ procedurevoorschrift niet is nageleefd, is op zich inderdaad niet voldoende om schadevergoeding toe te kennen. Wanneer echter vaststaat dat de beslistermijn is overschreden in een Bopz-zaak mag, net als bij een overschrijding van de redelijke termijn in art. 6 lid 1 EVRM, in beginsel worden verondersteld dat de betrokken persoon enig nadeel heeft geleden in de vorm van spanning en/of frustratie door het uitblijven van een rechterlijke beslissing over de vrijheidsbeneming of de voortzetting daarvan en de daaruit voortvloeiende onzekerheid over het eigen lot. Het oordeel van het hof, samengevat in alinea 2.1 onder a hiervoor, acht ik in zoverre rechtens onjuist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2e4b6f988b0eb8f2ba5e7249d23a5b520119121bafe36e49410a4334214ce04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2e4b6f988b0eb8f2ba5e7249d23a5b520119121bafe36e49410a4334214ce04, en de alinea staat in dat document op bytes 27953 tot 28809.