Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015
Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:406.
“Naar analogie van de genoemde uitspraken [zie hiervoor onder 1.8, toev. W-vG] overweegt het hof evenwel dat het ook bij een machtigingsprocedure (artikel 1:386, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek in verbinding met artikel 1:345 BW) gaat om een beperkte regeling, waarbij slechts de curanda en de curatoren zijn betrokken. De machtigingsprocedure waarover het in het onderhavige geding gaat, kan niet worden aangemerkt; als een ‘zaak van curatele' als bedoeld in artikel 798, lid 2 Rv, nu de in die bepaling opgenomen uitbreiding van de kring van belanghebbenden niet in overeenstemming is met de aard en strekking van een dergelijke procedure. Appellant kan als zoon dan ook niet als belanghebbende in de zin van artikel 798, lid 2 Rv worden aangemerkt. Evenmin is hij belanghebbende in de zin van het eerste lid van dit artikel. De zaak heeft immers, niet rechtstreeks betrekking op zijn rechten of verplichtingen. De conclusie is, dat de appellant niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn hoger beroep.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f89a077cefcc03284675ed4fbbdf62c7cf34d84e43589710f2152bb6b23502cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f89a077cefcc03284675ed4fbbdf62c7cf34d84e43589710f2152bb6b23502cb, en de alinea staat in dat document op bytes 10083 tot 11112.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f89a077cefcc03284675ed4fbbdf62c7cf34d84e43589710f2152bb6b23502cb | shasum -a 256