Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:406.

De hiervoor onder 2.2 weergegeven kernklacht wordt – zakelijk weergegeven – toegelicht met het betoog dat het hof de stellingen van [verzoeker] die ertoe leiden dat de zaak rechtstreeks betrekking heeft op zijn rechten en verplichtingen, ten onrechte als onvoldoende heeft aangemerkt. Dit betreft, aldus het middel, in de eerste plaats het argument van [verzoeker] dat hij verschillende aan de onroerende zaak verbonden rechten heeft, waaronder huurrechten en het recht van eerste koop . Volgens het middel stond in hoger beroep tussen partijen vast dat de rechten van [verzoeker] op de onroerende zaak voortvloeien uit een legaat in het testament van de overleden vader en een legaat in het testament van de moeder. In de tweede plaats heeft [verzoeker] als argument aangevoerd dat hij een recht op levering van het pand heeft verkregen nu beide curatoren hem de gelegenheid hebben gegeven om het pand te kopen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f89a077cefcc03284675ed4fbbdf62c7cf34d84e43589710f2152bb6b23502cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f89a077cefcc03284675ed4fbbdf62c7cf34d84e43589710f2152bb6b23502cb, en de alinea staat in dat document op bytes 19405 tot 20525.