Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:406.
Het middel stelt voorop dat tussen partijen in confesso is dat de moeder in haar testament het pand aan [verzoeker] heeft gelegateerd (nr. 3.8) en betoogt vervolgens dat het hof de rechten van [verzoeker] uit het legaat als rechtstreeks betrokken had moeten kwalificeren in de zin van art. 798 lid 1 Rv. Het onderdeel doet daarbij een beroep op (een gedeelte van) de noot van J. de Boer bij HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4932, NJ 2002/463, waarin hij de vraag opwerpt of een legataris niet als ‘belanghebbende’ in de zin van het eerste lid van art. 798 Rv dient te worden aangemerkt “indien de bewindvoerder weet dat een goed door de rechthebbende gelegateerd is en machtiging aan de rechter vraagt om dat goed te vervreemden, waardoor het legaat zal vervallen (zie HR 10 november 2000, NJ 2002, 363, met noot van M.J. Klein)” .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f89a077cefcc03284675ed4fbbdf62c7cf34d84e43589710f2152bb6b23502cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f89a077cefcc03284675ed4fbbdf62c7cf34d84e43589710f2152bb6b23502cb, en de alinea staat in dat document op bytes 20605 tot 21563.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f89a077cefcc03284675ed4fbbdf62c7cf34d84e43589710f2152bb6b23502cb | shasum -a 256