Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:409.
Deze verbintenis tot vergoeding beloopt in beginsel de waarde van de prestatie op het tijdstip van ontvangst (slot lid 1). Uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat daarbij als regel de waarde moet worden vergoed die in het economische leven normaliter aan de prestatie wordt toegekend (de zgn. objectieve waarde) . Die zal veelal kunnen worden gesteld op de hoogte van de tegenprestatie, maar hoeft niet per definitie de contractprijs te zijn . Uit de tegenstelling met de in het tweede lid genoemde situatie blijkt dat het in het eerste lid gaat om een niet ongedaan te maken prestatie die aan de verbintenis beantwoordt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee38568ddc1db41b0204e1536fb02af73ffdcbc87f6dec9cae7ed0f0c425fd39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee38568ddc1db41b0204e1536fb02af73ffdcbc87f6dec9cae7ed0f0c425fd39, en de alinea staat in dat document op bytes 35585 tot 36353.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee38568ddc1db41b0204e1536fb02af73ffdcbc87f6dec9cae7ed0f0c425fd39 | shasum -a 256