Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:409.

Doordat wettelijke rente op grond van art. 6:119 lid 1 BW is verschuldigd vanaf het moment dat de schuldenaar met de voldoening van een geldsom in verzuim is, is de toekenning van compensatoire interessen aan de benadeelde uitgesloten wanneer de schuldeiser betaling van een geldsom vordert . Verlangt de schuldeiser iets anders dan de betaling van een geldsom (bijvoorbeeld levering van een goed) dan mist art. 6:119 BW toepassing en komt de te derven of te betalen rente doordat dit goed wordt gemist geheel voor vergoeding in aanmerking .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee38568ddc1db41b0204e1536fb02af73ffdcbc87f6dec9cae7ed0f0c425fd39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee38568ddc1db41b0204e1536fb02af73ffdcbc87f6dec9cae7ed0f0c425fd39, en de alinea staat in dat document op bytes 48961 tot 49642.