Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015

Alinea 202 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:41.

Er werd op enig moment door [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1]) gesteld dat [A] B.V. een dusdanige winstruimte had, dat daaruit nog wel een aantal facturen betaald konden worden. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben naar ons toe een blok gevormd om die te hoge facturen te betalen. Deze mensen confronteerden ons met de stelling: jullie wilden minimaal dit bedrag verdienen, dat gebeurt ook, maar vervolgens moesten er facturen in opdracht van deze mensen betaald worden. [medeverdachte] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte]) en ik zagen geen weg terug. U vraagt of de financiële ruimte mogelijk bewust gecreëerd is door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op het moment waarop de overeenkomst tussen Bouwfonds en [A] B.V. is gesloten. In het project Solaris is dat zeker zo. [betrokkene 4] maakte deel uit van de projectbesprekingen met [betrokkene 1], [betrokkene 2], [medeverdachte] (het hof begrijpt: [medeverdachte]) en ik. Toen bleek dat in de projecten een fors resultaat werd behaald reageerde [betrokkene 4] hierop. [betrokkene 4] wilde meegraaien uit de grote pot met geld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010, en de alinea staat in dat document op bytes 41224 tot 42348.