Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015

Onder 4.3.5. Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:41.

In het bijzonder noemt het hof in dit kader nog de factuur van fl 1.250.000,00 gedateerd 22 juni 1999, die de verdachten uit naam van hun vennootschap, op verzoek van [betrokkene 1] hebben ingediend bij Bouwfonds in het bouwproject Coolsingel/Luxorlocatie (D-1480), terwijl in relatie tot die factuur geen werkzaamheden zijn verricht door de verdachten. Deze factuur zou, zo verklaarde [betrokkene 1] volgens de verdachten, onzichtbaar bij Bouwfonds worden verwerkt. Vervolgens zouden bij de vennootschap van de verdachten kosten worden gedeclareerd die niet rechtstreeks bij Bouwfonds konden worden geboekt. Deze gang van zaken heeft de verdachten naar 's hofs oordeel minst genomen te denken moeten geven. Ook het kort hierop volgend verzoek van [betrokkene 2] om fl 750.000,00 als vooruitbetaling op zijn aanbrengfee te boeken op andere projecten van de verdachten dan waar de aanbrengfee betrekking op had, en het, na met dit verzoek te hebben ingestemd, vanuit hun aan die projecten verbonden vennootschappen (te weten [P] BV, [Q] BV en [R] BV) voldoen van drie facturen van [betrokkene 2] voor in werkelijkheid niet-verrichte werkzaamheden, gelden als

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010, en de alinea staat in dat document op bytes 88251 tot 89421.