Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015

Onder 4.3.5. Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:41.

gedragingen die geenszins passen binnen een legitieme wijze van zakendoen. Het hof is evenwel van oordeel dat, hoewel deze gedragingen op zichzelf dus als onoorbaar moeten worden beschouwd, niet kan worden aangenomen dat de verdachten op grond daarvan moesten vermoeden dat zij, zoals achteraf is gebleken, bijdroegen aan het ter eigen gunste wegsluizen van gelden van Bouwfonds door (met name) [betrokkene 1], [betrokkene 2] en (later) [betrokkene 4]. Evenmin is hierin de systematiek herkenbaar waarop de verdachten in die periode door [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 4] hoofdzakelijk werden betrokken bij het geven van een legaal voorkomen van de fraude (en waarop de tenlastelegging zich toespitst), te weten door het, middels verhoogde overeenkomsten tussen de vennootschap van de verdachten en Bouwfonds creëren van financiële ruimte (een zogenoemd 'geldpotje') bij de vennootschap van de verdachten, en het daaruit wegsluizen van geld middels valse overeenkomsten, facturen en brieven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010, en de alinea staat in dat document op bytes 89433 tot 90454.