Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015
Onder 4.3.5. Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:41.
Ten aanzien van de brief van de verdachte aan [betrokkene 1] inzake het project [N], gedateerd 8 februari 1999 (D-0995), waaruit zou blijken dat de voor de fraude kenmerkende systematiek van het gebruik van contra-facturen, en het overeenkomen van winstdelingen bij de verdachten bekend was, overweegt het hof het volgende. De brief is in digitale, niet ondertekende vorm, aangetroffen onder de verdachte [verdachte]. Uit het dossier blijkt niet dat de brief (tevens) is aangetroffen bij Bouwfonds, [betrokkene 1], [betrokkene 2] of enige andere persoon. Weliswaar heeft de verdachte ([verdachte]) bij de FIOD verklaard dat hij de brief heeft verstuurd, maar ter terechtzitting in hoger beroep heeft hij deze verklaring genuanceerd door te stellen dat dit slechts een aanname betrof nadat hij zag dat zijn naam onder de brief' stond. Daarnaast blijkt uit het dossier bovendien niet dat ten aanzien van het project [N] naar de inhoud van de brief is gehandeld. Nu voorts uit het dossier blijkt dat menig schriftelijk stuk dat verband houdt met de fraude is geantedateerd, kan het hof gelet op het vorenstaande niet met voldoende mate van zekerheid de achtergrond van deze brief vaststellen, zodat het hof die brief niet zal betrekken bij zijn oordeelsvorming omtrent de mate van wetenschap bij de verdachten op een zeker moment.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010, en de alinea staat in dat document op bytes 90466 tot 91806.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010 | shasum -a 256