Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015

Onder 4.3.7. Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:41.

De medeverdachte [medeverdachte] heeft in dit verband tegenover de FIOD verklaard dat hij in het jaar 2000, toen hij en de verdachte voorafgaand aan de (valse) factuur van [J] (die door de vennootschap van de verdachte is betaald op 19 juli 2000) een brief gedicteerd kregen door [betrokkene 1], wist dat Bouwfonds door [betrokkene 1] werd opgelicht. Deze brief aan, en factuur van [J], zal het hof evenwel nog bezien in het licht van de betaling aan [betrokkene 7], waarvan -hoewel op zichzelf wederrechtelijk- de verdachten gezien de redengeving door [betrokkene 1] wellicht niet vermoedden dat die betaling verband hield met de opzettelijk onder hen gecreëerde, en ten nadele van Bouwfonds, aangewende/aan te wenden financiële ruimte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010, en de alinea staat in dat document op bytes 94490 tot 95242.