Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015
Onder 7.3.3. Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:41.
7.3.3.4. Ten aanzien van de betaling op de derdengeldenrekening van de notaris [de notaris] door de vennootschap van de verdachte op 15 februari 2002, die is verricht op grond van de in feit 6 ten laste gelegde winstdelingsovereenkomst tussen die vennootschap en [B] BV (bedoeld in feit 5), overweegt het hof dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat bij (één van de) feitelijk leidinggevende(n) van de vennootschap van de verdachte bekend was dat de overeenkomst slechts tot doel had een deel van de (over)winst uit het project Solaris naar [betrokkene 2] te doen wegvloeien, en ook die betaling een legitiem karakter te geven. Zodoende heeft de vennootschap van de verdachte, door die betaling uit te voeren, de werkelijke misdadige aard van dat geldbedrag verhuld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010, en de alinea staat in dat document op bytes 107709 tot 108486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010 | shasum -a 256