Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015
Onder 7.3.3. Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:41.
De betalingen op de derdengeldenrekening van de notaris [de notaris] door de vennootschap van de verdachte die nadien, namelijk op 17 april 2003, plaatsvonden op grond van de in feit 3 en 10 ten laste gelegde winstdelingsovereenkomsten tussen die vennootschap en [B] BV (bedoeld in feit 2 respectievelijk 9), kon de verdachte naar het oordeel van het hof niet meer los zien van het wegsluizen van de financiële ruimte onder zijn vennootschappen naar [betrokkene 2]. Hij wist op het moment van de betalingen dat [betrokkene 2] hierbij betrokken was. Door die betalingen vervolgens te doen laten plaatsvinden, heeft de verdachte reeds om die reden de werkelijke misdadige aard van die betalingen verhuld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010, en de alinea staat in dat document op bytes 108559 tot 109275.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c14ebebb1c9db202b92dfe1f67f303c04533a3612cf7986b0a3a9753fd3b4010 | shasum -a 256