Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:410.

Het komt voor dat bij de zojuist weergegeven gedachtengang in subonderdeel 1.1 inderdaad tot de conclusie kan worden gekomen dat er sprake is geweest van een onrechtmatig handelen van [verweerder] jegens de Staat en dat daaraan niet in de weg staat dat [verweerder] bij gebreke van een bevoegdheid daartoe niet zelf de markering kon aanbrengen. Deze laatste omstandigheid laat onverlet dat [verweerder] een inbreuk op het eigendomsrecht van de Staat heeft doen ontstaan waaraan, naar de Staat in redelijk heeft kunnen aannemen zo lang hem nog niet bekend was dat het jacht in de zeebodem verdwenen was, een zodanig gevaar voor het overige vaarverkeer was of kon zijn verbonden dat het aanbrengen van een markering geboden was. Nu de Staat er niet op kon rekenen dat [verweerder] zelf die maatregel kon treffen, heeft de Staat zich redelijkerwijs gedwongen kunnen voelen om ter kering van dat gevaar de maatregel van het aanbrengen van een markering te treffen. Hieraan is reeds de kwalificatie te verbinden van een onrechtmatig handelen van [verweerder] jegens de Staat. Aan het gegeven dat [verweerder] mede wegens onbevoegdheid daartoe de markering niet zelf heeft aangebracht, valt hier geen andere of verdere betekenis toe te kennen dan dat de Staat als beheerder van het betrokken vaarwater te meer in redelijkheid heeft kunnen besluiten om zelf tot het aanbrengen van de markering over te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa1d93bde0ca5575fb234f3d4d02f389e022d98f61287f1d198f4e3a9c88c186. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa1d93bde0ca5575fb234f3d4d02f389e022d98f61287f1d198f4e3a9c88c186, en de alinea staat in dat document op bytes 15725 tot 17139.