Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Onder 2.53 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:411.

Subonderdeel 3b betoogt, dat, waar de door het hof aangenomen “symmetrie van belangen” ontbreekt, het overigens ook door het hof in rov. 4.23 vooropgestelde beginsel van contractsvrijheid ( “het staat hen (VGZ c.s.; LK) in beginsel vrij met afleveraars de vergoedingen overeen te komen die hen goeddunken” ) onverkort geldt en dat, voor zover het overeenkomen van de litigieuze vergoedingen jegens een buiten de contractuele relatie tussen VGZ c.s. en de afleveraars staande derde als Nutricia al onrechtmatig zou kunnen zijn, zulks slechts onder bijzondere (c.q. bijkomende) omstandigheden het geval zou zijn. Het hof zou dit laatste hebben miskend, waar het in de concluderende rov. 4.26 heeft geoordeeld dat voor het door VGZ c.s. gevoerde beleid jegens Nutricia “onvoldoende objectieve rechtvaardiging bestaat” .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/001e936463295460c431dc840d6e1cc659e3c25b8015b43776b3d66d3ba32bd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 001e936463295460c431dc840d6e1cc659e3c25b8015b43776b3d66d3ba32bd9, en de alinea staat in dat document op bytes 149882 tot 150907.