Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:413.

Eenieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen (art. 217 Rv). Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt (vgl. HR 14 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6692, NJ 2008/168; HR 6 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5241, NJ 2014/58).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5de2d766fc19f4316c460f12013fe33bb9e9d9c827e81ae8e31562fefb057628. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5de2d766fc19f4316c460f12013fe33bb9e9d9c827e81ae8e31562fefb057628, en de alinea staat in dat document op bytes 13622 tot 14103.