Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015
Onder 5.4 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:413.
“4.2.2 Op de voet van art. 217 Rv kan ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, vorderen zich daarin te mogen voegen. Indien aan deze eis is voldaan en de incidentele vordering tot voeging volgens art. 218 Rv tijdig is ingesteld, is die vordering in beginsel toewijsbaar. Aan de toewijsbaarheid kunnen niettemin de eisen van een goede procesorde in de weg staan. (…) Afwijzing van een incidentele vordering tot voeging wegens strijd met de goede procesorde is onder meer mogelijk indien toewijzing tot onredelijke vertraging van de hoofdzaak zou leiden (art. 20 Rv). (…)”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5de2d766fc19f4316c460f12013fe33bb9e9d9c827e81ae8e31562fefb057628. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5de2d766fc19f4316c460f12013fe33bb9e9d9c827e81ae8e31562fefb057628, en de alinea staat in dat document op bytes 15177 tot 15803.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5de2d766fc19f4316c460f12013fe33bb9e9d9c827e81ae8e31562fefb057628 | shasum -a 256