Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:413.

Ik meen dat een dergelijke vrees voor een nadelig ‘precedent’ geen afdoende grond is voor het toestaan van voeging. Dat gaat veel te ver, omdat dan in elke (cassatie)procedure een derde met een belang bij (het voorkomen van) precedentwerking voeging kan vorderen, die dan zou moeten worden toegewezen.. Naast het belang van de partij die zich wenst te voegen zijn er immers ook andere belangen die in aanmerking moeten worden genomen. Zo zal partijvoeging in de regel leiden tot vertraging en zullen de oorspronkelijke procespartijen door voeging meestal extra kosten moeten maken. Belangrijker lijkt mij dat de voegingsregeling aan een derde die niet rechtstreeks bij het geding betrokken is – een derde die misschien nog het best gekenschetst kan worden als een soort ‘amicus curiae’ – de mogelijkheid zou gaan bieden om, eventueel ook tegen de wil van (één van) de oorspronkelijke procespartijen in, als procespartij aan het geding deel te nemen. Een dergelijke ruime toelatingsregel is niet gewenst. Het zet de deur open voor een (vertragende) procestactiek, waarin partijen een bepaalde procedure tussen derden kunnen afwachten om naar gelang de rechtsontwikkeling op het betreffende terrein op het laatst denkbare moment, in cassatie, voeging te vorderen en dan vol op het orgel mee te gaan doen (in ons geval, zo moet niet uit het oog verloren worden, zijn volgens de beschikking van de Europese Commissie zowel ABB c.s. als Alston c.s. deelnemers aan het GGS-kartel, waarvan Tennet c.s. stellen schade te hebben ondervonden). Dat leidt hoe dan ook meestal tot onwenselijk te achten vertraging en is kostenverhogend voor de oorspronkelijke procespartijen. Mede omdat de oorspronkelijke procespartijen er een gerechtvaardigd belang bij kunnen hebben om het procesdebat te beperken tot de rechtstreeks betrokken partijen, ligt het voor de hand dat een dergelijke verruiming van de voegingsregeling pas kan plaatsvinden na wetswijziging. Zolang de wet op dit punt ongewijzigd is, zou de mogelijkheid tot voeging volgens mij alleen open moeten staan voor degene die een rechtstreeks belang heeft bij het (vgl. art. 217 Rv). Ik denk dat daarmee de kous af zou moeten zijn. Nu niet blijkt dat Alstom c.s. een dergelijk rechtstreeks belang hebben bij het geding Tennet/ABB (het gaat kort gezegd om verschillende GGS-projecten ), verdient hun incidentele vordering tot voeging volgens mij geen honorering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5de2d766fc19f4316c460f12013fe33bb9e9d9c827e81ae8e31562fefb057628. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5de2d766fc19f4316c460f12013fe33bb9e9d9c827e81ae8e31562fefb057628, en de alinea staat in dat document op bytes 17357 tot 19980.