Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015
Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:413.
Ik signaleer nog dat ABB c.s. subsidiair naar voren hebben gebracht dat de Hoge Raad bij afwijzing van de vordering tot voeging wellicht aanleiding ziet om Alstom c.s. in de gelegenheid te stellen om schriftelijke opmerkingen te maken. Het zou dan gaan om overeenkomstige toepassing van de discretionaire regel die art. 393 lid 2 Rv geeft voor de prejudiciële procedure. Dat lijkt mij buiten de orde en zou niet moeten worden gehonoreerd hier. Het is verdedigbaar dat belanghebbenden in bepaalde gevallen de mogelijkheid zouden moeten krijgen om hun zienswijze op de aan de orde zijnde rechtsvragen bij de Hoge Raad onder de aandacht te brengen. Nu zo’n inbreng van derden ook consequenties kan hebben voor de positie van procespartijen, vergt een dergelijke innovatie volgens mij minstgenomen een voorafgaande regeling in het procesreglement van de Hoge Raad, zo hier al geen wetswijziging voor nodig zou zijn. Bij gebreke van een dergelijke regeling bestaat er naar ik meen geen ruimte om die mogelijkheid te bieden, zeker niet wanneer daar niet alle procespartijen uitdrukkelijk mee instemmen, waarvan niet blijkt in ons geval. Zo’n mogelijkheid bieden lijkt mij in strijd komen met de goede procesorde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5de2d766fc19f4316c460f12013fe33bb9e9d9c827e81ae8e31562fefb057628. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5de2d766fc19f4316c460f12013fe33bb9e9d9c827e81ae8e31562fefb057628, en de alinea staat in dat document op bytes 20060 tot 21284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5de2d766fc19f4316c460f12013fe33bb9e9d9c827e81ae8e31562fefb057628 | shasum -a 256