Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015

Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:454.

In verzoekschriftprocedures is de eis van verplichte vertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad neergelegd in het eerste lid van art. 426a Rv, waarin is bepaald dat het beroepschrift in cassatie wordt getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Vaste rechtspraak van de Hoge Raad is dat het verzuim om in het verzoekschrift advocaat te stellen kan worden hersteld doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/759aec72b44d521a71cf1cd5ab071731985aa7c2c9262d3101aeefa03c6e2018. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 759aec72b44d521a71cf1cd5ab071731985aa7c2c9262d3101aeefa03c6e2018, en de alinea staat in dat document op bytes 14004 tot 14677.